Het Nederlands
Hooiberg Museum

EEN BEETJE HISTORIE

Jan Jans: Steltenberg
Volgens diverse onderzoekers kunnen bepaalde paalsporen sinds de Late Bronstijd (1500 jaar voor Christus) als hooibergen worden geÔnterpreteerd. Bij veel opgravingen zijn relaties met hooibergen gelegd. In 1975 werden bijvoorbeeld bij middeleeuwse hallehuizen in het Drentse Gasselte acht roedenbergen ( met vijf tot zeven roeden) aangetroffen, in de vorm van paalgaten. Ze dateren uit de periode 900 tot en met 1100 na Christus. Zekerheid dat het hooibergen betreft hebben we echter niet.

Al sinds de vroege Middeleeuwen zijn er schriftelijke vermeldingen van bergen, maar ook in dit geval is niet zeker of het om het ons bekende bouwwerkje met het beweegbare dak gaat. De oudste Nederlandse bron waarin bergen genoemd St Elizabeth Vloedworden dateert uit 1022 en in oorkonden van 1281-1283 wordt onder de lenen van graaf Floris V vermeld een 'Didderic Scade hostade, huus ende barch ende alle datter op staet". Pas uit een rekening uit het jaar 1345/1346 van de grafelijkheid Holland blijkt met zekerheid dat men de berg met verstelbare kap kent. Hierin spreekt men van Ď6 barchroeden ende 6 laen, 3 yzeren, den barch mede te heffení, waarin zich enkele belangrijke hooibergonderdelen laten herkennen. Afbeeldingen zijn er vanaf de eerste helft van de 14e eeuw. De eerste Nederlandse afbeelding dateert uit 1465. Op een schilderij van rond 1480 van de Sint Elizabethsvloed (Rijksmuseum Amsterdam) staan ook bergen. Op bijgaande foto staat een vaak als zevenroedige geinterpreteerde berg. De laatste jaren is men er echter van overtuigd dat het een zesroeder is.



Volgens een vroegere onderzoekster is de hooiberg in Nederland ontstaan, en wel in gebroers van Limburg. Book of hours 1411de Betuwe, de streek waar zij vandaan kwam. Zij leidde uit taalkundig onderzoek af dat het oorspronkelijk "berggebied", naast de Betuwe, het vasteland van Holland bezuiden het IJ, Utrecht, de Veluwe met de IJsselstreek en het gebied rond het Zwarte Water zou zijn. In 1350 kwam volgens andere bronnen de hooiberg echter al in Noord Holland, West Friesland en Schellingwoude voor. Huidige inzichten geven aan dat hooibergen, met misschien Zuid-Limburg als uitzondering, in heel Nederland hebben gestaan. Nu zie je ze nog alleen in Overijssel, Zuidwest Drenthe, Gelderland, Gooi, en in Utrecht en Zuid Holland. En daar verdwijnen ze in rap tempo. In Zeeland en Friesland zijn ze als wijd verspreid hulpgebouw al eeuwen weg, al stond er hier en daar tot in de 20e eeuw nog een enkele. Ook Brabant kende tot in de 20e eeuw nog meerroeders, en ook nu nog zijn er hier en daar eenroeders.



De eerder genoemde onderzoekster noemt als latere verspreidingsplaats naast Nederland Vlaanderen, de Vierlanden bij Hamburg, Slowakije, Balkan en Oost Pruisen. Andere vroegere onderzoekers constateren alleen dat de hooiberg in heel EuropaBook of Hours bekend was maar Nederland als restgebied is overgebleven. Dat klopt ook niet: hooibergen komen of kwamen tot voor kort nog voor in (naast Nederland) BelgiŽ, Duitsland, ItaliŽ, KroatiŽ, Polen, TsjechiŽ, Slowakije, Hongarije, RoemeniŽ, OekraÔne en mogelijk Rusland. In het verleden kwamen ze ook elders voor, tot zelfs in ScandinaviŽ. Het Book of Hours , rond 1405 opgesteld door de Limburg gebroeders toont prachtige plaatjes van de oogst en het hooien. De hier getoonde middeleeuwse oogstplaatjes komen van http://www.spartacus.schoolnet.co.uk/MEDwinnow.htm.



Kaart van ManhattanBinnen de SKHN woedt een wetenschappelijke discussie over de vraag of Nederland misschien toch de exporteur is van de berg naar onder meer de Balkan, IstriŽ en Amerika. Zeker is dat op de kaart van Nieuw Amsterdam (Manhattan (1630) hooibergen ingetekend zijn naast de Hollandse boerderijen en de indiaanse wigwams. . En we kregen deze mail van een tot Amerikaan genaturaliseerde Slowaak: Bill Tarkulich.



Attached is a photo of the Obohory in Nova Sedlica, Slovak Republic (also called Slovakia)
. The photo was taken in the 1960's. It was scanned and sent to me from Slovakia. I do not think I can get any better quality. What I believe is unique about this is two things. First, its roof is made of grass. The second is that this is a very rare structure for the region. Most of tobohory  hooiberg ........   relatie?he haystacks are small, tall and narrow, in the fields, made by one person. This is an extremely poor area.

When I noticed that Hayricks are common in Dutch countries, I began to thinking about some of the old landowners of this region.

"Stefana Rholl descended from an old Dutch entrepreneur family, which in the 16th century ran a business in Gemer and on Spis, creating efficient ore melting as well as glass, smelter, charcoal burning and other jobs"

So I began to hypothesize whether or not this OBOHORY was the idea of distant landowners such as RHOLL, since we do not see it anywhere else in the region. We may never know this answer!

A  german book The sachsenspiegel refers to old laws and habits Een Tsjechische bijbel uit 1400 maakt gewag van Hollandse hooibergen geÔmporteerd in de regio. Hiernaast staat een afbeelding uit 1340. Maar er wordt niet gesproken over een beweegbaar dak. We zullen het interessante antwoord op de vraag of Nederland de exporteur was van de roedenberg of ťťn van de restgebieden is van de alom aanwezige roedenberg wel nooit meer te weten komen. Dat neemt niet weg dat we als restgebied wel zuinig moeten zijn op wat nog rest. Andere restgebieden zijn te vinden in de Oekraïne, de Balkan, (Maramures Noord Roemenie) en de Dolomieten.Tip: Kijk eens bij de rubriek hooimijten! In "Hooibergen en vloedschuren" van S.M. Jurgens (verkrijgbaar bij de SKHN) is de discussie over de oorsprong uitgebreid weergegeven. Interessant is ook het pionierswerk van de Amerikaanse Dutch Barn club: de oorspronkelijke hollandse hooiberg kwam tot in de 20e eeuw voor in o.a. Hudson Valley, New York. Er groeit op deze site een hele rubriek over hooibergen en nederlands erfgoed in de Verenigde Staten.



De hooiberg was vooral daar in gebruik waar het hooi niet in de boerderij kon worden opgeslagen of de oogst te groot werd voor opslag in de boerderij. Het laatste verklaart waarom er in het midden van de vorige eeuw nog nieuwe bergen werden gebouwd waar ruilverkaveling plaatsvond.(o.a. Drente)



De bergen kennen verschillende vormen. De eenvoudigste is die met ťťn paal (zo'n paal heet een roede) en een rieten dakje. Ze komen vooral langs de Gelderse Ijssel voor en in de Achterhoek zijn ze zelfs weer in opkomst. Soms zie je een paraplu met tasvloer. Op de Veluwe komen nog wel typisch tweeroedige bergen voor. Ze hebben dan een simpel zadeldakje dat omhoog en omlaag bewogen kan worden. Maar hier zijn ook majestueuze vijf- en zelfs zesroeders te bewonderen. De grotere hooibergen hebben vier, vijf of zelfs zes roeden. en zijn in het zuiden van de Veluwe, het Utrechts plassengebied en rond Amersfoort te vinden. Behalve de berg voor hooi of De bergheef in werkinggranen is er ook de berg met een houten zoldertje boven de grond , de tasvloer, waaronder een bergplaats is ingericht.. Vooral in de Betuwe is er de schuurberg: aan twee of drie kanten is er een aanbouwtje.. Voor kippen, jongvee of gereedschap en brandstof. De meeste kennis over vroegere hooibergen hebben we kunnen verzamelen vanaf oude schilderijen. Daardoor ontstond ook een geheel eigenstandige rubiek op deze site: hooiberg en schilderkunst, en kregen we contact met een Amerikaanse kunstkenner bij uitstek, Alan Ritch, die de kunstsite www.hayinart.com exploiteert.



Uit Stichting voor de Nederlandse archeologie: 21-04-2005 | Op een voormalig fabrieksterrein ten zuidoosten Een opgraving bij Bredavan Prinsenbeek hebben archeologen van de gemeente Breda opvallend grote boerderijen en diverse waterputten gevonden die dateren van de 10de tot en met de 15de eeuw. De blootgelegde huisplattegronden laten een duidelijke ontwikkeling van de bewoning zien vanaf de Vroege Middeleeuwen tot het huidige gehucht Westrik. Onder de middeleeuwse bewoningsporen die zijn gevonden bevinden zich tenminste twee verspreid gelegen woonerven met sporen van grote, bootvormige boerderijen van wel 20 meter lang uit de 12de eeuw. Ook zijn door de archeologen vier waterputten, een zwaar gefundeerde hooimijt en diverse bijgebouwen aangetroffen.



De grootste bedreigingen voor de hooiberg bleken de opkomende opslagvormen als de spieker (vakwerkgebouwtje in Oost Twente en Duitsland) , de komst van de betonnen en ijzeren paal rond de dertiger jaren, en de plastic "olifantendrol". De laatste jaren is herbouw echter erg in opkomst, en vooral in oost Nederland. Daarmee gepaard gaande is er toenemende interesse in de achtergrond van de berg. Deze site werd in 2002 door rond de 16 bezoekers per dag bezocht, nu zijn er meer dan 70.000 bezoekers per jaar en bedient het restauratieteam 150 adviesaanvragen per jaar voor vragen die niet van een antwoord voorzien kunnen worden in de restauratierubriek op deze site.

home